Ontstaan van Diest:

De oudste sporen van menselijke bewoning in de streek van Diest dateren uit het Paleolithicum (ong. 70.000 voor Christus). De eigenlijke grondvesten voor het huidige Diest werden gelegd in de Frankische periode. Volgens de overlevering zou de Heilige Remigius in de 7de eeuw een kerkje hebben opgericht ter ere van zijn leermeester, de heilige Sulpitius. Het zijn de Kelten die vermoedelijk aan de basis liggen van de namen Diest en Demer.

Herkomst van de naam Diest:

Volgens onderzoek zou de naam Diest afkomstig zijn van de Indogermaanse stam `dheus´, hetgeen `goddelijk´, `heilig´betekent, plus het achtervoegsel `-t´, hetgeen `nederzetting´wil zeggen. De betekenis zou dan zijn: `nederzetting bij heilig water´en wijzen op het feit dat de nabijheid van stromend water voor een primitieve nederzetting van essentieel belang was.

De eerste stadskern:

De oudste kern van Diest zou ontstaan zijn op een iets hoger gelegen deel van de zuidelijke oever van de Demer rond de voorganger van de Sint-Sulpitiuskerk. De oudste vermelding van de nederzetting dateert uit 837. Diest was toen een pagus of graafschap van het Karolingische Rijk. De stad dankte haar opkomst aan haar gunstige ligging: Diest lag langs de handelsweg Brugge-Keulen en aan de rivier de Demer.

Het pre-stedelijke Diest concentreerde zich vanaf de 11de eeuw rond de huidige Grote Markt met als kern de primitieve Sint-Sulpitiuskerk. De oudste vermelding van deze kerk dateert uit 1163. Waarschijnlijk was deze eerste kern door een bescheiden aarden wal en gracht omgeven.

De heren van Diest:

In 1087 wordt in een kroniek van Sint-Truiden een zekere Otto, heer van Diest, vermeld die een hoogteburcht op de warandeheuvel bewoond. Zijn opvolgers zouden de heerlijkheid Diest besturen tot het begin van de 16e eeuw. Tussen 1168 en 1190 werd de heer van Diest leenman van de bisschop van Keulen in de hoop op die manier beschermd te zijn tegen de hertog van Brabant, die er steeds op uit was zijn gebied te vergroten. In 1228 vestigde het klooster van de minderbroeders zich aan de oevers van de Demer. Uiteindelijk schonk hertog Hendrik I van Brabant Diest in het daaropvolgende jaar (1229) stadsrechten aan Diest wat een einde maakte aan de betrekkingen met Keulen.

Dankzij de stadsrechten verkreeg men bijvoorbeeld het recht om een muur rond de stad te bouwen (zie middeleeuwse stadswallen) alsook het recht om een markt te houden

In de 12de eeuw groeide de stad gestadig en kwam er een stadsvergroting langsheen de bestaande kern zodat de wegen naar het gehucht Beveren en Leuven binnen de kern kwamen te liggen. Ook het gebied tussen de oude kern en de Warande werd verbonden. Deze nieuwe gebieden waren versterkt met aarden wallen en natte en droge grachten. Omdat Diest zo snel groeide kwamen in de laatste decennia van de 12de en de 13de eeuw veel nieuwe wijken buiten deze versterking te liggen. In 1211 is er te Diest sprake van een capella, die later zou uitgroeien tot de Onze-Lieve-Vrouwekapel. Deze kapel was gelegen aan de noordelijke voet van de Warande en deed dienst als slotkapel. Diest groeide verder op de noordelijke Demeroever en kreeg uiteindelijk een vrijheidscharter in 1229 van Hendrik I, hertog van Brabant. Onder Arnold IV breidde de stad zich verder uit. Hij gaf aan de abdij van Tongerlo de toestemming om een nieuwe parochie op te richten. De bouw van de Sint-Jan-de-Doperkerk werd opgestart. In 1253 kreeg ook de Onze-Lieve-Vrouwekapel de status van parochiekerk zodat er nu drie parochies in de stad waren

Middeleeuwse Bouwwerken:

  • Begin 13e eeuw werd op de warandeheuvel een nieuwe burcht met zaalgebouw gebouwd.
  • In 1253 werd het Begijnhof gesticht door Arnold IV, Heer van Diest.
  • In 1253 startte men net buiten het begijnhof ook de bouw van de Onze-Lieve-Vrouwekerk
  • Begin 14e eeuw startte men met de bouw van de Sint-Catharinakerk op het begijnhof
  • In 1321 startte men met de bouw van de huidige Sint-Sulpitiuskerk.
  • In 1346 startte men met de bouw van de Lakenhalle.
  • Omstreeks 1360 werd de stad voor het eerst voorzien van een volledige stadsomwalling 

In 1348 brak in Diest de Zwarte Dood uit, een epidemische ziekte die tussen 1346 en 1351 wereldwijd tussen de 75 en 100 miljoen mensen het leven kostte.  De bevolking van het welwarende Diest werd hierdoor gehalveerd.

In de 14de en 15de eeuw bereikte de stad het hoogtepunt van haar bloei. Deze welstand kwam er door een drukbezochte landbouwmarkt, de interregionale graan- en veemarkten, maar vooral door de lakennijverheid en -handel. Het Diestse laken werd aangetroffen op bijna alle grote West-Europese markten.

Oranje-Nassau

In 1499 kwam Diest door ruil in het bezit van Engelbrecht II van Nassau, graaf van Nassau door gebieden die zijn moeder Maria van Loon-Heinsberg had nagelaten te ruilen met hertog Willem IV van Gulik. Zo krijgt Engelbrecht Antwerpen, Diest, Zelem en Zichem. In 1501 maakt Maximiliaan hem ook landvoogd van de Nederlanden. De kinderloze Engelbrecht komt in 1504 te overlijden. Hij werd opgevolgd door de zoon van zijn broer; Hendrik III Van Nassau-Breda.

Hendrik III Van Nassau-Breda gaf in 1508 opdracht op de middeleeuwse stadswallen te verbeteren en verbreden. Vervolgens gaf hij in 1510  de opdracht om het Hof van Nassau bouwen nabij het warandepark. In 1514 liet hij de vervallen vesting op de warande van de voormalige heren van Diest slopen.

In 1515 ontstond er een grote brand in de stad.

In 1538 kwam Hendrik III te overlijden en werd hij opgevolgd door zijn zoon René Van Chalon, die 8 jaar voordien van zijn kinderloze oom het vorstendom van Oranje had geërfd. René is de eerste Nassau die zich prins van Oranje mocht noemen en door bezit van dit prinsdom een soevereine vorst was.

In 1544 kwam René van Chalon te overlijden op 26 jarige leeftijd. In zijn testament had hij zijn jongere neef, Willem van Oranje aangeduid als opvolger.

In 1545 woedde er wederom een grote brand in de stad.

Willem Van Oranje:

Willem Van Oranje

Willem Van Oranje

Toen Willem in 1544 na het overlijden van zijn neef als opvolger werd aangeduid was hij slechts 11 jaar.  Naast het prinsdom van Oranje erfde Willem ook vele belangrijke bezittingen en voorrechten, inclusief de stad Diest. In 1547 gaf  de jonge Prins van Oranje op 13 jarige leeftijd de opdracht voor de bouw van de Ezeldijkmolen.

Willem van Oranje begon zijn loopbaan in dienst van Keizer Karel V.  Wanneer deze in 1555 komt te overlijden wordt hij opgevolgd door zijn zoon Filips II. Tot 1559 is Willem van Oranje samen met de Hertog van Alva een van de belangrijkste raadsmannen van Filips II. Echter na een ontmoeting tussen beiden in 1559 komt er een einde aan de loyaliteit van Willem van Oranje.

De Spaanse Bezetting:

Tijdens de beeldenstorm in 1566 uitbrak bleef de stad gespaard. Toch besloot Filips II in September van datzelfde jaar om een troepenmacht van de centrale overheid naar de stad te sturen. Niet veel later stuurde hij ook de beruchte Hertog van Alva naar de Nederlanden om weer orde op zaken te stellen.

De tachtigjarige oorlog:

In januari 1568 wordt Willem van Oranje openbaar gedagvaard voor zijn aandeel bij de Beeldenstorm van 1566. Zijn bezittingen in de Nederlanden worden verbeurdverklaard.  In Februari wordt ook zijn zoon, Filips Willem gevangen genomen door de Hertog Van Alva en naar het hof  in Spanje gestuurd voor een heropvoeding.  Wanneer de Hertog van Alva in 1568 naar Diest trekt om de reeds aanwezige Spaanse troepen te versterken wordt hij tegengehouden door de burgerbevolking. De inwoners van de heerlijke stad die nog steeds eigendom van Willem van Oranje is, leverden zwaar verzet en het kostte dan ook veel moeite voor de Spaanse soldaten om de rellen te eindigen.  Als straf moest de gehele bevolking van Diest zorgen voor het onderhoud van een tercio van het gevreesde “Leger van Vlaanderen”. De betrokkenen bij de rellen werden aangehouden en op de grote markt terecht gesteld.

Datzelfde jaar onderneemt Willem van Oranje een eerste invasie van de Spaanse Nederlanden, die wordt gezien als het begin van de  tachtigjarige oorlog.

In maart 1572 doet een uitzonderingsrechtbank een uitspraak; Diest wordt geconfisqueerd door de Spaanse koning  en verliest haar stads- en ambachtsrechten. Naast een geldboete moet de stad ook haar stadswallen afbreken. Datzelfde jaar wordt de stad ingenomen door de Geuzen. Desondanks de Spaanse versterkingen aan de stadspoorten weten 2 heldhaftige Diestenaren de Schaffensepoort te openen voor de aanstormende troepen die in een mum van tijd de stad innemen. Amper een maand later weten de Spaanse troepen de stad weer in te nemen en de Geuzen te verdrijven. Rond diezelfde tijd onderneemt Willem van Oranje een tweede invasie van de Spaanse Nederlanden.  Het plunderende leger van Oranje steekt op 27 augustus 1572 de Maas over naar Brabant. In Diest en Tienen opent de bevolking de stadspoorten, maar elders zit men niet op de bevrijding te wachten. De invasie komt in September reeds tot z’n einde.

Als reactie hierop stuurde de Hertog van Alva aan zijn zoon, Fadrique Álvarez de Toledo (Don Frederik), op een veldtocht om de opstandige steden weer de verroveren. Zo werd Diest in oktober 1572 weer verroverd door de Spaanse troepen.

Op 8 juni 1580 weet Willem van Oranje de stad weer te veroveren. Zijn huurlingenleger verrast de Spaanse troepen en langs de Zichemsepoort kunnen de Staatse ruiters de stad binnendringen. Na zware gevechten op en rond de grote markt slaan de Spaanse soldaten op de vlucht. Tijdens deze verovering raakt de Sint-Janskerk zwaar verwoest.

Verovering van Diest door het Staatse leger onder de Spaanse kapitein Alonso Vanegas, 9 juni 1580. De stadspoort naar Zichem wordt geopend zodat de Staatse ruiters naar binnen kunnen, Links beklimmen soldaten met ladders de muren van de stad

Verovering van Diest door het Staatse leger onder de Spaanse kapitein Alonso Vanegas, 9 juni 1580. De stadspoort naar Zichem wordt geopend zodat de Staatse ruiters naar binnen kunnen, Links beklimmen soldaten met ladders de muren van de stad

In 1583 kon de Spaanse veldheer Alexander Farnese (1545-1648) na een hevige en bloedige strijd Diest innemen om nadien de stad in de handen te geven van een slecht betaald Spaans garnizoen dat zich al muitend in afwachting van betaling zonder scrupules tegoed deed aan de rug van de inwoners.

Filips Willem van Oranje:

Filips Willem van OranjeBij de dood van zijn vader in 1584 erfde Filips Willem het vorstendom Oranje en verkreeg hij de titel “Heer van Diest”.  Filips Willem verbleef toen echter al sinds 1568 als gijzelaar in Spanje en mocht pas in 1596 weer naar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden reizen.

In 1602 maakte Prins Filips Willem van Oranje zijn blije intrede in Diest.

Tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) tussen wat de meeste historici duiden als de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en de Spaanse Kroon werden de vijandelijkheden opgeschort en kon Diest zijn wonden helen en de opgelopen schade beginnen te herstellen. Gebouwen werden gerestaureerd of heropgebouwd en de handel herleefde volop. Niet voor lang echter, want in het tweede kwart van de zeventiende eeuw hervatte het wapengekletter.

Tussen 1632 en 1636 heerst De Pest in Diest waardoor talloze inwoners kwamen te overlijden.

In 1635 werd de stad bezet door een Hollands-Frans leger met de intentie om de volledige Zuidelijke Nederlanden nadien onderling te verdelen, hetgeen echter faliekant afliep. Ook in de daaropvolgende invasiepogingen van de Franse Zonnekoning Lodewijk XIV was Diest meermaals het slachtoffer van beschietingen, belegeringen en ongewenste inkwartieringen.

Diest Anno 1650-1680

Diest Anno 1650-1680

Oostenrijkse Periode:

Onder de Oostenrijkers (17131790) herstelde de stad zich. Er werd weer volop handel gedreven en bier gebrouwen.

In 1766 en 1767 heerste de dierenpest in Diest en omstreken waardoor de inwoners bijna al hun vee verloren.

De Diestenaren gaven vrij snel blijk van hun afkeer tegen de ongebreidelde betuttelende en paternalistische hervormingspolitiek van Keizer Jozef II (1741-1790), in zoverre zelfs dat in 1789 er in en rondom de stad rellen uitbarsten en er eventjes zelfs een heuse opstand uitbrak.

De Franse Periode:

De Habsburgse monarchie was niet populair en velen zagen de Fransen in 1792 als bevrijders. Zij gingen nog veel verder dan de Oostenrijkers met de repressie van het katholicisme, het invoeren van de conscriptie en het afschaffen van het Ancien Régime. Als gevolg hiervan brak de Boerenkrijg uit in 1798.

Het boerenleger bezette vier dagen de stad die de Fransen omsingeld hielden. Het grootste deel van het boerenleger kon via een noodbrug over de Demer ontsnappen en het onverdedigde stadje werd nog maar eens, ditmaal door de Sansculotten, geplunderd.

Nabij de huidige Petrolpoort bevindt zich het “Boerenkrijgplein” dat zijn naam te danken heeft aan de gebeurtenissen hierboven.

ferrariskaartdiestDiest Anno 1777

De Nederlandse Periode:

In 1815 kwamen na de nederlaag van Napoleon te Waterloo door het Congres van Wenen de Zuidelijke Nederlanden plots ongewild onder Nederlands gezag. Diest als verknochte Oranjestad kon zich daar in eerste instantie goed in vinden, maar na enkele jaren begon de misnoegdheid tegen de eigenzinnige politiek van Willem I ook in de Demerstad meer en meer ingang te vinden en koos de stad in 1830 resoluut de kant van de Belgische revolutionairen.

De Belgische Revolutie:

Kort na de Belgische revolutie in 1830, ondernam koning Willem van Oranje een poging om ons land te herveroveren die bekend staat als de tiendaagse veldtocht. De nederlanders slaagden erin om nabij Diest de Demer over te steken en bezetten vervolgens kortstondig de stad. Zoals de naam reeds doet vermoeden duurde deze bezetting niet lang en werden de Nederlandse troepen al snel verslagen. Door deze gebeurtenissen werd de strategische ligging van Diest nog maar eens duidelijk en besloot men een nieuwe verdedigingsgordel rond de stad te bouwen die tussen 1837 en 1844 werd aangelegd. Tegen de tijd dat de  werkzaamheden van de verdedigingsgordel rondom Diest voltooid waren, was het nut ervan reeds lang achterhaald. Nederland vormde na de ondertekening van een verdrag in 1839 immers geen dreiging meer.