Het begijnhof van Diest is een historische stadswijk waar vroeger de begijnen woonden. Het vind zijn oorsprong in de 13e eeuw en staat samen met 12 andere Belgische begijnhoven op de Unesco wereld erfgoed lijst. Inmiddels zijn de laatste begijntjes bijna 100 jaar weg uit Diest. Toch is het Begijnhof uitstekend goed bewaard gebleven.

In 1998 werd het Begijnhof van Diest, samen met 12 andere Vlaamse Begijnhoven, officieel erkend als Werelderfgoed en op de Unesco-lijst geplaatst. Daardoor is het ook een van de belangrijkste bezienswaardigheden in Diest. Toegang tot het Begijnhof is gratis.

Begijnen en begarden waren respectievelijk vrouwen en mannen die leefden als alleenstaanden en deel uitmaakten van een soort vrije lekengemeenschap binnen de Rooms-katholieke Kerk . Ze verbleven meestal in een Begijnhof.

Unesco Werelderfgoed

Geschiedenis van het Begijnhof

De oudste vermelding van begijnen in Diest dateert uit 1245 toen de paus hen en hun bezittingen onder zijn bescherming nam. Ze woonden aanvankelijk verspreid in de stad en hielden zich bezig met handenarbeid en gebed. In 1253 stichtte Arnold IV, heer van Diest, het Begijnhof op een terrein aan de rand van de stad kocht van de abt van Sint-Truiden. Al snel werd begonnen met de bouw van de Sint Catharinakerk en werden meerdere begijnhuizen opgetrokken. Destijds lag het begijnhof nog buiten de middeleeuwse kernvesting van Diest.

Heraanleg van het Begijnhof van Diest:

Na een zware mentaliteitscrisis binnen het begijnhof waarbij oude gebruiken en regels van het hof en het spirituele volledig zoek was, stelde pastoor Nicolaas Van Essche vanaf 1550 orde op zaken. Hij liet de lemen huisjes afbreken en liet het geheel opnieuw aanleggen volgens een schaakbordschema rond de verfraaide Sint-Catharinakerk met het plein en de infirmerie als middelpunt. De begijnenwoningen en conventen werden langzamerhand herbouwd in bak- en zandsteen met hier en daar verwerking van ijzerzandsteen.

Vergelijking tussen het begijnhof op de 18e eeuwse ferrariskaart en nu.

In de 17e eeuw kende het Begijnhof van Diest een forse groei. Omstreeks 1675 bedroeg het aantal begijnen ongeveer 400. In 1671 startte men de bouw van het monumentale poortgebouw in Rubensiaanse barokstijl.

Tijdens de Franse bezetting werd de kerk gesloten maar bleef de begijnengemeenschap bestaan. In de loop van de 19de eeuw kwamen er meer particulieren op het begijnhof wonen waardoor het geestelijk karakter volledig verloren ging. De laatste 2 begijntjes verlieten in 1926 het begijnhof.