De oude Heren van Diest

Meer dan 400 jaar heersten de Heren van Diest over de stad. Na het overlijden van Thomas II van Diest in 1432 kwam er echter een einde aan de mannelijke lijn, zodoende ging men verder met de vrouwelijke lijn. Johanna I is de eerste vrouwelijke “Heer” en tevens ook de laatste die de naam “Van Diest” met zich meedraagt. Ze huwde met Jan van Loon en wordt na haar dood in 1455 opgevolgd door haar dochter “Johanna II van Loon”. Zij huwde op haar beurt met Jan van Nassau en zal uiteindelijk in 1472 opgevolgd worden door dochter Isabella van Nassau. Zo duikt de naam “Nassau” voor het eerst op in de lijst van “Heren van Diest“. Isabella van Nassau huwde met Hertog Willem van Gulik die vanaf 1479 ook Heer van Diest werd.

Voor meer informatie zie de pagina: De Heren van Diest

De Graven van Nassau-Breda

Engelbrecht II van Nassau (1499 – 1504)

In 1499 ruilde Willem van Gulik een aantal bezittingen met Engelbrecht II van Nassau, waaronder ook de Heerlijkheid Diest. Dankzij die ruil krijgt Engelbrecht niet alleen Diest, maar onder andere ook Zelem en Zichem in handen. Hiermee komt een definitief einde aan het nalatenschap van de oude Heren van Diest en komt de stad in handen van Huis Nassau.

De plechtige intrede van Graaf Engelbrecht II van Nassau vond plaats op 22 september 1499. De bewoners van Diest, Zichem en Zelem beloofden trouw aan de nieuwe Heer, terwijl hij zijn onderdanen beloofde te beschermen en hun privileges te eerbiedigen. De verandering van macht bracht ook nieuwe wetten met zich mee. Er werd een nieuwe bestuursvorm vastgelegd die stand zou houden tot de Franse Revolutie.

Door keizer Maximiliaan wordt Engelbert in 1501 benoemd als landvoogd van de Nederlanden. In 1504 komt de kinderloze Engelbrecht echter te overlijden. Hij werd opgevolgd door de zoon van zijn broer; Hendrik III Van Nassau-Breda.

Hendrik III van Nassau (1504 – 1538)

Nadat Hendrik III Van Nassau-Breda in 1507 de stad Diest moest ontzetten van Gelderse soldaten, gaf hij 1508 opdracht op de middeleeuwse stadswallen te verbeteren en verbreden. Zo werden niet alleen de inwoners van Diest, maar ook de burgers van Zichem verplicht om aan de stadswallen van Diest te werken.

Vervolgens liet hij in 1510 het Hof van Nassau bouwen nabij het warandepark, dat als woning zou dienen voor zijn rentmeester.

In 1514 maakte hij ook plannen voor een nieuwe vesting op de Warande. De oude burcht van de Heren van Diest werd afgebroken, maar de werkzaamheden van het nieuwe kasteel kwamen niet verder dan de funderingen. In 1515 ontstond er een grote brand in de stad.

Tussen 1520 en 1523 werd de Warande uitgebreid waardoor een 8tal huizen aan het Sint-Jansveld, alsook de Nedermolen gesloopt werden.

In 1521 komt Claudia van Chalon, de vrouw van Hendrik III van Nassau, te overlijden in het Hof van Nassau. Haar hart en ingewanden werden begraven in de Sint-Janskerk en haar lichaam werd gebalsemd overgebracht naar Breda.

De Prinsen van Oranje – Nassau:

René van Chalon (1538 -1544)

In 1538 kwam Hendrik III te overlijden en werd hij opgevolgd door zijn zoon René Van Chalon. René had 8 jaar eerder het vorstendom van Oranje geërfd van zin kinderloze oom. Zou verenigde het huis van Oranje zich met het huis van Nassau en werd René de eerste Nassau die zich Prins van Oranje mocht noemen. Dankzij het bezit van het prinsdom was hij een soevereine vorst en werd Diest een Oranjestad.

In 1544 kwam René van Chalon te overlijden op 26 jarige leeftijd. In zijn testament had hij zijn jongere neef, Willem van Oranje-Nassau aangeduid als opvolger.

Willem van Oranje-Nassau (1544 – 1582)

Willem was in 1544 slechts 11 jaar oud, toen hij na het overlijden van zijn neef René van Chalon, als opvolger werd aangeduid. In 1545 woedde er een grote brand in de stad.

Willem van Oranje begon zijn loopbaan in dienst van Keizer Karel V. Wanneer deze in 1555 komt te overlijden wordt hij opgevolgd door zijn zoon Filips II. Tot 1559 is Willem van Oranje samen met de Hertog van Alva een van de belangrijkste raadsmannen van Filips II. Echter na een ontmoeting tussen beiden in 1559 komt er een einde aan de loyaliteit van Willem van Oranje.

De Beeldenstorm (1566)

Tijdens de beeldenstorm in 1566 uitbrak bleef de stad gespaard. Toch besloot Filips II in September van datzelfde jaar om een troepenmacht van de centrale overheid naar de stad te sturen. Niet veel later stuurde hij ook de beruchte Hertog van Alva naar de Nederlanden om weer orde op zaken te stellen.

In januari 1568 wordt Willem van Oranje openbaar gedagvaard voor zijn aandeel bij de Beeldenstorm van 1566. Zijn bezittingen in de Nederlanden worden verbeurdverklaard. In Februari wordt ook zijn zoon, Filips Willem gevangen genomen door de Hertog Van Alva en naar het hof  in Spanje gestuurd voor een heropvoeding.

Wanneer de Hertog van Alva in 1568 naar Diest trekt, om de reeds aanwezige Spaanse troepen te versterken, wordt hij tegengehouden door de burgerbevolking. De inwoners van de heerlijke stad die nog steeds eigendom van Willem van Oranje is, leverden zwaar verzet en het kostte dan ook veel moeite voor de Spaanse soldaten om de rellen te eindigen. Als straf moest de gehele bevolking van Diest zorgen voor het onderhoud van een tercio van het gevreesde “Leger van Vlaanderen”. De betrokkenen bij de rellen werden aangehouden en op de grote markt terecht gesteld.

De Tachtigjarige Oorlog (1568 – 1648)

Als reactie onderneemt Willem van Oranje een eerste invasie van de Spaanse Nederlanden, die wordt gezien als het begin van de tachtigjarige oorlog.

Kaart Diest anno ca 1570

In maart 1572 doet een uitzonderingsrechtbank een uitspraak; Diest wordt geconfisqueerd door de Spaanse koning  en verliest haar stads- en ambachtsrechten. Naast een geldboete moet de stad ook haar stadswallen afbreken.

Datzelfde jaar wordt de stad ingenomen door de Geuzen. Desondanks de Spaanse versterkingen aan de stadspoorten weten 2 heldhaftige Diestenaren de Schaffensepoort te openen voor de aanstormende troepen die in een mum van tijd de stad innemen. Amper een maand later weten de Spaanse troepen de stad weer in te nemen en de Geuzen te verdrijven. Rond diezelfde tijd onderneemt Willem van Oranje een tweede invasie van de Spaanse Nederlanden.  Het plunderende leger van Oranje steekt op 27 augustus 1572 de Maas over naar Brabant. In Diest en Tienen opent de bevolking de stadspoorten, maar elders zit men niet op de bevrijding te wachten. De invasie komt in September reeds tot z’n einde.

Als reactie hierop stuurde de Hertog van Alva aan zijn zoon, Fadrique Álvarez de Toledo (Don Frederik), op een veldtocht om de opstandige steden weer de verroveren. Zo werd Diest in oktober 1572 weer verroverd door de Spaanse troepen.

Op 8 juni 1580 weet Willem van Oranje de stad weer te veroveren. Zijn huurlingenleger verrast de Spaanse troepen en langs de Zichemsepoort kunnen de Staatse ruiters de stad binnendringen. Na zware gevechten op en rond de grote markt slaan de Spaanse soldaten op de vlucht. Tijdens deze verovering raakt de Sint-Janskerk zwaar verwoest.

Verovering van Diest door het Staatse leger onder de Spaanse kapitein Alonso Vanegas, 9 juni 1580. De stadspoort naar Zichem wordt geopend zodat de Staatse ruiters naar binnen kunnen, Links beklimmen soldaten met ladders de muren van de stad

In 1584 wordt Willem van Oranje vermoord te Delft. Hij zal voor de Nederlanders de geschiedenisboeken ingaan als “Vader der Vaderland”.

Filips Willem van Oranje (1582 – 1618)

Bij de dood van zijn vader in 1584 erfde Filips Willem het vorstendom Oranje en verkreeg hij de titel “Heer van Diest”. Filips Willem verbleef toen echter al sinds 1568 als gijzelaar in Spanje en mocht pas in 1596 weer naar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden reizen.

In 1602 maakte Prins Filips Willem van Oranje zijn intrede in Diest. door het oorlogsgeweld was de welvarende stad nog maar een schaduw van weleer.

Tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) tussen wat de meeste historici duiden als de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en de Spaanse Kroon werden de vijandelijkheden opgeschort en kon Diest zijn wonden helen en de opgelopen schade beginnen te herstellen. Gebouwen werden gerestaureerd of heropgebouwd en de handel herleefde volop.

In 1614 vestigen de Augustijnen zich in Diest en krijgen de Sint-Barbarakapel toegewezen. 

In 1618 komt Filips Willem van Oranje te overlijden ten gevolge van een mislukte medische ingreep. In een poging zijn darmklachten op te lossen dmv een lavement wordt zijn endeldarm doorboort, wat hem uiteindelijk fataal wordt. In zijn testament stond aangegeven dat hij wenste begraven te worden in de Oranjestad het dichtst bij zijn plaats van overlijden, waardoor hij begraven werd in de Sint-Sulpitiuskerk van Diest.

Maurits van Oranje-Nassau (1618 – 1625)

Na het overlijden van Filips Willem van Oranje in 1618 werd hij opgevolgd door Maurits van Nassau, die zich voortaan Prins van Oranje mag noemen. Vanaf 1622 begon zijn gezondheid achteruit te gaan en in 1625 kwam hij te overlijden.

Frederik-Hendrik van Oranje-Nassau (1625 – 1647)

In 1625 volgde Frederik-Hendrik van Oranje-Nassau zijn overleden halfbroer Maurits van Oranje-Nassau op als stadhouder van de soevereine provincies Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel en als opperbevelhebber van het Staatse leger. De titel van “Heer van Diest” was wellicht het minste van zijn zorgen, gezien de Zuidelijke Nederlanden verwikkeld waren in de tachtigjarige oorlog tegen de Spanjaarden.

Tussen 1632 en 1636 breekt De Pest uit in Diest, waardoor talloze inwoners kwamen te overlijden.

In 1635 werd de stad bezet door een Hollands-Frans leger met de intentie om de volledige Zuidelijke Nederlanden nadien onderling te verdelen, hetgeen echter faliekant afliep. Ook in de daaropvolgende invasiepogingen van de Franse Zonnekoning Lodewijk XIV was Diest meermaals het slachtoffer van beschietingen, belegeringen en ongewenste inkwartieringen.

Willem II van Oranje-Nassau (1647 – 1650)

Op 21e jarige leeftijd werd Willem II de nieuwe Prins van Oranje, Graaf van Nassau en Heer van Diest. Op 24 jarige leeftijd kwam hij echter al te overlijden ten gevolge van de pokken. 8 dagen na zijn overlijden wordt zijn zoon, Willem III van Oranje geboren.

Willem III van Oranje-Nassau (1650 – 1702)

Willem III van Oranje wordt vanaf zijn geboorte meteen Prins van Oranje ,Graaf van Nassau en uiteraard ook Heer van Diest. Vanaf 1672 zal hij als stadhouder Holland, Zeeland en Utrecht besturen. Later ook Gelre, Zutphen, Overijssel en Drenthe.

In 1689 werd hij Koning in Engeland en Ierland door zijn huwelijk met de Engelse troonopvolgster.

Willem III kwam te overlijden in 1702 ten gevolge van een longontsteking. Na zijn dood ontstaat successiestrijd. Er werd overeengekomen dat zowel Frederik I van Pruisen als Johan Willem Friso de titel mochten dragen. In 1713 werd het prinsdom definitief bij Frankrijk ingelijfd.

Johan-Willem Friso (1711 – 1751)

In 1696 werd Johan-Willem Friso reeds vorst van Nassau-Dietz. Als achterkleinzoon van Willem van Oranje, werd hij na het overlijden van Willem III in 1711 Prins van Oranje en tevens ook Heer van Diest.

Tijdens de periode van de Oostenrijkse Nederlanden (1715-1795) herstelde de stad zich weer. Er werd opnieuw volop handel gedreven en bier gebrouwen.

Jan-Willem Friso verdrinkt in 1751 nabij het Hollands Diep.

Willem V van Oranje-Nassau (1751 – 1795)

Willem V was de laatste was de laatste erfstadhouder van de Republiek der Verenigde Nederlanden (1751-1795). Tevens was hij ook de laatste Prins van Oranje met Heerschappij over de stad Diest.

In 1766 en 1767 heerste de dierenpest in Diest en omstreken waardoor de inwoners bijna al hun vee verloren.

De Diestenaren gaven vrij snel blijk van hun afkeer tegen de ongebreidelde betuttelende en paternalistische hervormingspolitiek van Keizer Jozef II, in zoverre zelfs dat in 1789 er in en rondom de stad rellen uitbarsten en er eventjes zelfs een heuse opstand uitbrak. De Habsburgse monarchie was niet populair en velen zagen de Fransen in 1792 als bevrijders. Hiermee kwam dan ook een definitief einde de “Heerlijkheid” Diest als eigendom Oranje-Nassau.

Lees verder op: Diest tussen de Franse en Belgische revolutie